
Historische ondertekening op het Ministerie van Justitie en Veiligheid
Op dinsdag 29 september 2026 vond in het hoofdgebouw van het Nederlandse Ministerie van Justitie en Veiligheid in Den Haag een voor de Orthodoxe Kerk in Nederland bijzonder belangrijke gebeurtenis plaats. Tijdens een officiële bijeenkomst werd de overeenkomst ondertekend waarbij de Orthodoxe Zendende Instantie (OZI) definitief wordt erkend als zendende instantie voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Met deze ondertekening wordt een lang proces van overleg en institutionele uitbouw afgerond en krijgt de orthodoxe geestelijke verzorging binnen de Nederlandse justitiële inrichtingen een duurzame en volwaardige plaats naast de geestelijke verzorging vanuit de andere erkende levensbeschouwelijke tradities.
De overeenkomst werd namens de Nederlandse overheid ondertekend door Claudia van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Namens de beide orthodoxe kerkelijke families die binnen de OZI samenwerken, tekenden Zijne Eminentie Metropoliet Athenagoras van België en Exarch van Nederland en Luxemburg, bestuurder van de Stichting Orthodoxe Kerk in Nederland (OKIN), en Zijne Excellentie Aartsbisschop Mor Polycarpus, bestuurder van het Samenwerkingsverband van Oriëntaals-orthodoxe kerken in Nederland (SOKIN). De ondertekende overeenkomst bevestigt uitdrukkelijk dat de erkenning van de OZI als zendende instantie voortaan voor onbepaalde tijd geldt. De handtekeningen van de drie partijen werden op 29 september 2026 te ’s-Gravenhage onder de overeenkomst geplaatst.
Bij de plechtigheid waren vertegenwoordigers van verschillende lokale orthodoxe kerken en van de Dienst Geestelijke Verzorging aanwezig. Onder hen bevonden zich Zijne Excellentie Bisschop Arseny van de Koptisch-orthodoxe Kerk in Nederland, priesters uit beide orthodoxe kerkelijke families, de directeur van de Dienst Geestelijke Verzorging, de heer Rien Timmer, de hoofdpredikant van de Dienst Geestelijke Verzorging (DGV) binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), ds. Anne van Voorst, alsook verschillende Orthodox geestelijk verzorgers die werkzaam zijn binnen de Nederlandse justitiële instellingen.
In haar toespraak onderstreepte staatssecretaris Claudia van Bruggen het belang van de bereikte erkenning. Zij wees erop dat het gerechtvaardigd is dat ook de Orthodoxe Kerk binnen het Nederlandse stelsel van geestelijke verzorging haar eigen plaats inneemt naast de andere erkende levensbeschouwelijke tradities. De weg naar deze definitieve erkenning is lang geweest, maar met de ondertekening van de overeenkomst ontstaat nu een stabiel kader waarbinnen de Orthodoxe geestelijke verzorging verder kan worden uitgebouwd. Daarbij werd in het bijzonder gewezen op het grote menselijke en maatschappelijke belang van geestelijke verzorging in penitentiaire instellingen. Wie van zijn vrijheid is beroofd, blijft behoefte hebben aan persoonlijke begeleiding, geloofsbeleving, gebed en menselijk nabij-zijn. Geestelijk verzorgers kunnen voor gedetineerden een belangrijk aanspreekpunt zijn en hen begeleiden bij vragen rond schuld en verantwoordelijkheid, verzoening, hoop, zingeving en de voorbereiding op een terugkeer in de samenleving.
De ondertekende overeenkomst sluit hierbij nauw aan. Zij vertrekt van het wettelijke recht van gedetineerden op godsdienstige of levensbeschouwelijke verzorging en legt vast dat de OZI instaat voor de representativiteit van de Orthodox-christelijke gemeenschap en voor het aanbod van Orthodox-christelijke geestelijke verzorging in de justitiële instellingen.

Een historische dag voor de Orthodoxie in Nederland
Metropoliet Athenagoras van België en Exarch van Nederland en Luxemburg sprak zijn grote dankbaarheid uit tegenover de staatssecretaris en, via haar, tegenover de Nederlandse regering en allen die gedurende de voorbije jaren aan het erkenningsproces hebben meegewerkt. Hij omschreef 29 september 2026 als een historische dag voor de Orthodoxe Kerk in Nederland. De officiële erkenning is volgens hem niet alleen van administratieve of institutionele betekenis. Zij vormt tevens een erkenning van de plaats die Orthodoxe christenen inmiddels in de Nederlandse samenleving innemen en van de pastorale verantwoordelijkheid die de Orthodoxe Kerk tegenover haar gelovigen draagt, ook wanneer zij zich in een penitentiaire instelling bevinden. De Metropoliet herinnerde er daarbij aan dat de aanwezigheid van Orthodoxe christenen in Nederland geenszins een recent verschijnsel is. Reeds enkele eeuwen geleden vestigden Orthodoxe gelovigen zich in de Republiek der Verenigde Nederlanden en organiseerden zij er hun kerkelijk leven. Amsterdam speelde daarin een bijzondere rol. Als teken daarvan overhandigde Metropoliet Athenagoras aan de staatssecretaris een exemplaar van zijn doctoraatsthesis over de geschiedenis van de Orthodoxe parochie van de heilige Catharina in Amsterdam. In deze studie wordt beschreven hoe Griekse Orthodoxe kooplieden reeds in de achttiende eeuw in Amsterdam een eigen kerkelijke gemeenschap uitbouwden en hoe zij zich verhielden tot de Nederlandse samenleving waarin zij leefden. De overhandiging van het boek onderstreepte zo op symbolische wijze de historische continuïteit tussen de eeuwenlange Orthodoxe aanwezigheid in Nederland en de officiële erkenning die op deze dag werd bekrachtigd.
Van voorlopige naar definitieve erkenning
Aan de ondertekening ging een langdurig traject vooraf. De Stichting Orthodoxe Kerk in Nederland (OKIN) en het Samenwerkingsverband van Oriëntaals-orthodoxe Kerken in Nederland (SOKIN) richtten reeds op 16 december 2018 gezamenlijk de Orthodoxe Zendende Instantie op, met het oog op een representatieve samenwerking voor de Orthodoxe geloofsgemeenschappen in Nederland. Vervolgens werd bij de overheid een formeel verzoek tot erkenning als zendende instantie ingediend.
Na onafhankelijk onderzoek en verder overleg werd de OZI aanvankelijk voor een periode van vier jaar erkend. De toenmalige minister verbond daaraan een evaluatie van het functioneren van de nieuwe zendende instantie. Uit de ondertekende overeenkomst blijkt dat deze evaluatie op 18 mei 2026 werd afgerond en dat de uitkomst ervan aanleiding gaf om de tijdelijke erkenning om te zetten in een erkenning voor onbepaalde tijd.
De nieuwe overeenkomst omschrijft tevens een aantal fundamentele voorwaarden waaraan de OZI blijvend dient te beantwoorden. Daarbij gaat het onder meer om haar representativiteit voor de Orthodox-christelijke gemeenschap, haar draagvlak, continuïteit en stabiliteit, en haar toegankelijkheid voor Orthodoxe kerkelijke organisaties die aan de vastgestelde voorwaarden voldoen.
De erkenning betekent daarmee zowel een belangrijke institutionele stap voor de Orthodoxe Kerk in Nederland als een concrete versterking van haar pastorale opdracht. Orthodoxe gedetineerden krijgen hierdoor de garantie dat zij binnen de justitiële instellingen een beroep kunnen doen op geestelijke verzorging die geworteld is in hun eigen kerkelijke traditie en die tegelijk professioneel is ingebed in het Nederlandse systeem van geestelijke verzorging.
Orthodoxe samenwerking
De OZI is bijzonder omdat zij de samenwerking belichaamt tussen de Oosters-orthodoxe kerken en de Oriëntaals-orthodoxe kerken in Nederland. Hoewel beide kerkelijke families hun eigen historische, canonieke en theologische tradities behouden, werken zij binnen de OZI gezamenlijk aan een opdracht die hen ten diepste verbindt: pastorale nabijheid bieden aan Orthodoxe christenen die in Nederlandse justitiële instellingen verblijven.
De overeenkomst bepaalt daarbij dat de OZI garant staat voor het aanbod van orthodox-christelijke geestelijke verzorging aan de orthodoxe gelovigen binnen deze instellingen en als gesprekspartner van de overheid optreedt voor de aangelegenheden die deze geestelijke verzorging betreffen.
De officiële plechtigheid werd afgesloten met een receptie in de lokalen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. In een hartelijke en informele sfeer kregen vertegenwoordigers van de overheid, de Orthodoxe kerken en de geestelijke verzorging gelegenheid elkaar verder te ontmoeten.
Met de ondertekening van 29 september 2026 wordt een jarenlange weg voltooid en tegelijk een nieuwe bladzijde geopend in de geschiedenis van de Orthodoxe Kerk in Nederland: een bladzijde van duurzame erkenning, verantwoordelijkheid en pastorale dienstbaarheid aan de mens, ook – en juist – daar waar deze mens zich in een bijzonder kwetsbare situatie bevindt.